Hoger beginsel voor vrijmetselaar

Van iedere (kandidaat-) vrijmetselaar wordt verwacht hij of zij een hoog (ethisch) beginsel in zijn leven heeft. Hoe kan je immers een beter mens worden dan je eerder was, als je geen toetsingskader hebt om dat aan af te meten? Dat kan niet. Je zou gewetenloos zijn. Dus is het voorwaarde bij toelating tot de orde. Uitgangspunt van de vrijmetselarij is immers: 'Verbeter de wereld; begin bij jezelf'.

Wat dat hoge beginsel is mag iedere vrijmetselaar voor zichzelf bepalen. Je eigen geweten, de samenhangende kracht van de natuur, een god binnen of buiten je; wat dan ook. In de vrijmetselarij hebben wij een naam voor dat hoge beginsel: 'Opperbouwmeester van het heelal'. Dat is dus geen god, maar kan dat voor sommige vrijmetselaren naar eigen keuze wel zijn.

Uit traditie ligt in Nederlandse loges een oude Statenbijbel. Dat is het symbool voor ieders eigen hoogste wet. De letterlijk gedrukte tekst staat er voor jou dus niet meer in, alleen jouw eigen tekst, jouw eigen hoge beginsel is daar aan het woord. Wij leggen er ook geen eed op af; wij leggen een gelofte af als wij lid worden.

In onder meer een Franse mannenorde en een Belgische vrouwenorde ligt er een boek met witte bladzijden; dat benadrukt nog meer dat het om je eigen hoge beginsel gaat. Het lijkt niet onlogisch dat bij een verdergaande secularisatie van onze maatschappij de discussie over de invoering van een boek met witte bladzijden ook in Nederland gevoerd zal worden.
Daar staat tegenover dat wij in de samenleving geen moeite hebben met het gebruik van teksten en beelden uit andere mythologische verhalen, die iets verder van ons afstaan. Wie dat wil kan de Bijbelse teksten ook als oude mythologie zien, zonder bij het gebruik ervan een geloof aan te hangen.

door Paul Marselje 27 maart om 14:12 gepubliceerd op facebook.